In de spotlights Friese schilders verleden tot heden

We zetten Friese kunstenaars in de spotlights op de volgorde van verleden naar heden.

De mogelijkheid bestaat dat er nog werken van kunstenaars aan het "Buiten Museum - Workum" worden toegevoegd. Dan wordt uiteraard ook deze lijst met namen bijgewerkt.

Pieter Feddes van Harlingen

In de spotlights : Pieter Feddes van Harlingen

Pieter Feddes van Harlingen (Harlingen1586[1] - Leeuwarden, ca. 1623) was een Fries graveuretser en kunstschilder uit de tijd van de Barok.

Over zijn levensloop is weinig bekend. In 1612 verhuisde hij volgens Eekhoff naar Leeuwarden, waar hij vooral portretten, etsen, kaarten en met name veel gravures vervaardigde. Hij maakte onder andere gravures voor de werken van de Friese geschiedschrijvers Hamconius (Hamkes) en Winsemius. Enkele van zijn etsen signeerde hij met 'P. Harlingensis'. De meeste van zijn gravures tonen taferelen uit de Bijbelse geschiedenis en wereldgeschiedenis. Ook maakte hij veel portretten, waaronder die van Willem Lodewijk van NassauHero van Inthiema en Johannes Bogerman. Van hem zijn 3 kaarten overgeleverd van Leeuwarden, Franeker en Friesland.In de spotlights

Hij was bevriend met Jan Jansz. Starter, voor wiens Friesche lusthof (eerste uitgave, 1621) hij een lofdicht schreef. Uit een inscriptie onder dit lofdicht en een inscriptie onder een portret van Bogerman wordt afgeleid dat hij ook kunstschilder was ('Petrus Harlingenis ad vivum pinxit'; "Pieter van Harlingen bij leven schilder"). Schilderijen van hem zijn echter niet overgeleverd. Johan Philip van der Kellen noemt echter naast 117 gravures ook 14 schilderijen van zijn hand, waarvan nog enkele daarop gebaseerde gravures bestaan.

Zijn werk was van invloed op het werk van Jacob Adriaensz Backer. Omdat Feddes' naam na 1622 niet meer voorkomt, wordt aangenomen dat hij kort daarna overleed.

Werk van Feddes hangt vooral in het Fries Museum in Leeuwarden en in het Museum Kunstpalast van Düsseldorf.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl
terug naar top van pagina

Wybrand de Geest

In de spotlights : Wybrand de Geest

Wybrand Simonsz. de Geest (Leeuwarden16 augustus1592 – aldaar, ca. 1661) was een Friese kunstschilder. Hij was gespecialiseerd in de vervaardiging van portretten.

Wybrand de Geest genoot zijn opleiding aanvankelijk bij zijn vader Simon Juckesz., een glasschilder. Zijn moeder, Wyts Wybrantsdr. was conventuale of kloosterlinge geweest.[1] Hij ging later in de leer bij Abraham Bloemaert. Van 1614 tot 1618 verbleef hij te Koninkrijk Frankrijk en Italië. In 1616 ontmoette hij in Aix-en-Provence de Delftse schilder Leonard Bramer.[2]

De Geest was tijdens zijn verblijf in Rome lid van de Nederlandse schilderskring de Bentvueghels. Van de leden van dit genootschap kreeg hij de bijnaam 'De Friesche Adelaar'. Terug in Leeuwarden, werkte hij onder andere in opdracht van het Friese stadhouderlijk hof.

De Geest was in 1622 getrouwd met Hendrickje Fransdr. Uylenburgh een nicht van Saskia van Uylenburgh, de vrouw van Rembrandt. In 1634, vlak voor zijn huwelijk, ging Rembrandt bij de schilder op bezoek.[3] In 1636 bracht de Fransman Charles Ogier als secretaris van kardinaal Richelieu een bezoek aan De Geest. De Geest bleek Frans te spreken en een grote collectie penningen en curiosa te bezitten.[4] In het overwegend protestantse zeventiende-eeuwse Leeuwarden nam De Geest een uitzonderingspositie in door de Rooms-Katholieke Kerk trouw te blijven.

De Geest beïnvloedde de uit Harlingen afkomstige Jacob Adriaensz Backer in zijn stijl. Zijn leerlingen waren Jan Jansz. de Stomme en Jacob Potma. Zijn twee zonen Julius en Frank waren ook schilder. Zijn dochter Eva trouwde met Adam Pijnacker. Zijn kleinzoon, eveneens Wybrand geheten, deed van alles,[5] waaronder toneelspelen, het schrijven van kluchten en het publiceren van "Het Kabinet der Statuen" (1702) en maakte een reisgids door Rome.

Het atelier van De Geest maakte in 1630 een groepsportret van de vier broers van Willem van Oranje, bewaard in het Rijksmuseum Amsterdam.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Margareta de Heer

In de spotlights :  Margareta de Heer

Margareta Arjensdochter, meestal Margareta de Heer, (Leeuwarden, circa 1600 – aldaar, ± 1658) was een 17de-eeuwse Friese schilderes van genrestukken en studies van insecten.

Margaretha was een dochter van glasschilder Arjen Willems en Elisabeth Gerrits. Zij groeide op in een Leeuwarder kunstenaarsfamilie. Een van haar ooms was Gysbert Japicx, haar neefje Willem de Heer was muziekmeester en een andere neef was glasschrijver. Haar broer Gerrit zou later graveur en tekenaar worden. Het gezin verhuisde in 1611 binnen Leeuwarden van de Berlikumermarkt naar de hoek van de Herestraat en de Oude Oosterstraat.

Op 21 september 1628 huwde zij de schilder Andries Pietersz. Nijhof. Kort na het huwelijk vertrokken de echtelieden naar de stad Groningen. Zij kregen er een zoon en een dochter. Margaretha werkte daar mogelijk in opdracht van de botanicus Henricus Munting (1583-1658). Rond 1646 keerde het gezin terug naar Leeuwarden en kocht in 1650 een huis in de Bagijnestraat.

Over haar werk

Margareta de Heer schilderde naast genrestukken, historiestukken, mythologische en Bijbelse onderwerpen vooral stillevens. Hierop stonden vogels, bloemen, schelpen en insecten afgebeeld. Andere onderwerpen waren boerenlandschappen met bijvoorbeeld pluimvee op de voorgrond. In de jaren vijftig van de 17de eeuw schilderde zij uiteenlopende tulpensoorten uit die tijd. Een aantal door haar geschilderde onderwerpen bracht ze tot in de finesses in gouache-verf aan op paneel of perkament. Daarbij gebruikte zij olieverf, waterverf of Gouache.

In 2002 waren op een overzichtstentoonstelling in Fries Museum zo'n veertig werken van haar te zien. Deze werken waren aangevuld met pentekeningen van haar broer Gerrit en schilderijen van neef Willem. Werk van haar wordt in Friesland bewaard door het Fries Museum, de Stedelijke Kunstverzameling van Leeuwarden en het Lycklamahuis in Beetsterzwaag. Ook het Amsterdams Historisch Museum en het Groninger Museum bezitten werk van haar.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

L.J. Woutersin

In de spotlights :  L.J. Woutersin

Van deze portretschilder is niet heel veel bekend. Zijn handtekening komt wel voor op twee portretten. Werkzaam in Leeuwarden rond 1630. Mogelijk heeft hij ook een tijd in Amsterdam gewerkt.

Portret van Sophia de Vervou (ca. 1613-71)

Bronvermelding:  rkd.nlrijksmuseum

terug naar top van pagina

Jacob Sibrandi Mancadan

In de spotlights :  Jacob Sibrandi Mancadan

Jacobus Sibrandi Mancadan (Minnertsga1602 - Tjerkgaast4 oktober 1680) was een Nederlandse schilder van Italiaans aandoende landschappen, veenbaas en burgemeester.[1]

Leven en werk

Mancadan werd in het Friese Minnertsga geboren. Zijn vader was daar glazenmaker, dorpsrechter, notaris en schoolmeester. In 1634 trouwde hij in Stiens met 24-jarige Elske Mathys Siderius.[2] Daar was haar halfbroer predikant. Mancadan woonde in 1635 en het jaar daarop in Oosterwierum, maar vestigde zich in Franeker. Hij was daar burgemeester (1637-1640) en noemde zich voor het eerst schilder. In 1644 woonde hij in Leeuwarden. In 1647 betrok een pand in de Doelestraat, het tegenwoordige Coulonhuis. Hij kocht grond bij BergumVeenwouden en verhuisde naar 't Voorwerk [3] onder Siegerswoude. Mancadan nam deel aan de turfwinning ten noorden van het Koningsdiep in de Friese wouden. Na 1664 liet hij de Bakkeveenster Vaart, een deel van de Drachtster Compagnonsvaart, uitgraven en een weg aanleggen.[4][5] Na het overlijden van zijn vrouw Elske Matthijs in 1669 [6] trok hij in bij zijn dochter Ebeltje in Beetsterzwaag,[7] hoewel hij in Leeuwarden over atelier bleef beschikken.[1]

Mancadan stierf in Tjerkgaast, waar zijn zoon een herkansing had gekregen als predikant, nadat hij in Oosterwierum vanwege dronkenschap, etc. uit zijn ambt ontzet [8]; de zoon stierf als "krankenbezoeker" in de buurt van Stellenbosch.[9] Zijn kleinzoon Johannes, stempelsnijder bij de Friese Munt [10], zou in 1696 als valsmunter zijn aangeklaagd.[11]

Mancadan schilderde de ontginning van het hoogveen, maar specialiseerde zich op rotspartijen met veel details maar een onduidelijke horizon.[12] Hij schijnt te zijn beïnvloed door de Italiaanse schilder Salvator Rosa. Mancadan werd begraven op het Oldehoofster kerkhof, niet ver van zijn voormalige woonhuis.[4] Ook zijn vrouw werd daar herbegraven door hun dochter Ebeltje, die het stoffelijk overschot van Oosterwierum naar Leeuwarden vervoerde op een kar, vergezeld door haar neef Johannes.[7] Zijn grafsteen kwam in 1933 bij de aanleg van een parkeerplaats weer tevoorschijn.[11][13]

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Jacob Adriaensz. Backer

In de spotlights :  Jacob Adriaensz. Backer

Jacob Adriaensz. Backer (Harlingen1608 - Amsterdam17 augustus 1651) was een Nederlands schilder. Hij was bijzonder bedreven in het uitdrukken van plooien en kostbare stoffen en in het weergeven van handen en voeten. Zijn tekeningen, mannelijk en vrouwelijk naakt, zijn van uitzonderlijke kwaliteit. Backer schilderde nooit een landschap, hetzij als achtergrond op zijn pastorale werken.

Biografie

Jacob Adriaensz. Backer was de zoon van de bakker Adriaen Tjerks. Na de dood van zijn moeder verhuisde de doopsgezinde familie naar Amsterdam, waar zijn vader hertrouwde met een weduwe. Backer groeide op in de buurt van de Haringpakkerstoren. Samen met Govert Flinck werd hij leerling van de Leeuwarder schilder Lambert Jacobsz, een doopsgezinde leraar en gespecialiseerd in Bijbelse voorstellingen. Niet aangetoond kan worden, dat hij evenals Govert Flinck leerling is geweest van Rembrandt. Backer is wel beïnvloed door schilders als Wybrand de GeestRubens en Abraham Bloemaert.

Over het leven van Backer is weinig te melden. Hij is nooit getrouwd, kocht nooit een huis en er zijn geen schandalen bekend. Backer werkte extreem snel, er zijn ongeveer 140 schilderijen bekend, waarvan 70 portretten. Zijn verflagen zijn transparant. Het Amsterdams Historisch Museum bezit een regentenstuk, waarmee Backer beroemd werd op nog jonge leeftijd.

Aan de hand van zijn portret van Johannes Wtenbogaert kon ook de zitter op het schilderij van Rembrandt worden vastgesteld. Verder maakte hij ook een portret van de schilder Bartholomeus Breenbergh. Het Portret van een jongen in het grijs bevindt zich in de collectie van het Mauritshuis te Den Haag. Backer was leermeester van Jan de BaenJan van Noordt en Abraham van den Tempel, de zoon van zijn leermeester.

In het Rembrandthuis is een monumentale tentoonstelling aan hem gewijd, met drieëndertig schilderijen en twintig tekeningen.

Het schilderij "Courtisane" van 1640 is tentoongesteld in het Museu Nacional de Arte Antiga in Lissabon (zie foto).

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Maerten Boelema de Stomme

In de spotlights :  Maerten Boelema de Stomme

Maerten Boelema de Stomme (gedoopt Leeuwarden17 februari 1611 - Haarlem1644) was een Nederlands kunstschilder uit de periode van de Gouden Eeuw. Hij vervaardigde stillevens.

Zijn bijnaam 'de stomme' verwijst naar het feit dat hij doofstom was, wat hem er niet van weerhield zijn werken te signeren als 'M.B. de Stomme'.

Maerten Boelema was een leerling van Willem Claesz. Heda, een meester in het genre, bij wie hij sinds 1642 in Haarlem in de leer was. Hij overleed op jeugdige leeftijd en in een periode van twee jaar (1642 - 1644) vervaardigde hij ongeveer twintig stillevens, onder andere met vruchten en met 'banketjes' en 'ontbijtgens'. Gezien zijn stijl moet hij al voor zijn leertijd een bekwaam schilder zijn geweest.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Jan Janszoon de Stomme

In de spotlights :  Jan Janszoon de Stomme

Jan Jansz. de Stomme (Franeker1615 - Groningen, ca. 1657) was een Nederlandse kunstschilder. Jan Jansz. was doofstom. Het is niet precies duidelijk door wie hij werd opgeleid, maar hij moet bekend zijn geweest met het werk van Wybrand de Geest, een portretschilder in Leeuwarden, en Harmen Wieringa (actief tussen 1632 en 1650). Jan Jansz. de Stomme vertrok na zijn opleiding naar Groningen, waar hij in 1643 aanwijsbaar was. Hij kreeg veel opdrachten om portretten te schilderen van de Groningse elite en specialiseerde zich in het maken van kinderportretten.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Abraham van den Tempel

In de spotlights :  Abraham van den Tempel

Abraham Lambertsz. van den Tempel (Leeuwarden, ca. 1622 - Amsterdam8 oktober 1672) was een succesvolle Nederlandse kunstschilder van portretten, allegorieën en Bijbelse voorstellingen.

Biografie

Abraham was de zoon van Lambert Jacobsz, een schilder die zich vanuit Amsterdam in Leeuwarden had gevestigd als ondernemer en kunsthandelaar en voorganger bij de doopsgezinden. Na de dood van zijn vader in 1636 vertrok Abraham naar Amsterdam. Samen met zijn broer vestigde hij zich als lakenhandelaar.

Hij kreeg zijn opleiding samen met Jan van Noordt en Jan de Baen bij Jacob Backer. Na vier jaar vertrok hij naar Leiden. Daar was hij woonachtig in een pand met een tempel in de gevel en trouwde in 1647.

Op 10 maart 1648 richtte hij het Leidse Sint Lucasgilde op, samen met Gabriel MetsuJan SteenJoris van SchootenDavid Bailly en Pieter de Ring. Hij schilderde drie werken voor de Leidse Lakenhal.

Zijn leerlingen waren Frans van MierisMichiel van MusscherCarel de Moor en Ary de Vois. Bij zijn inschrijving als student wiskunde aan de Universiteit van Leiden op 7 februari 1653 zei hij 30 jaar oud te zijn. Van den Tempel was hoofdman en deken van het gilde, maar in 1660 was hij terug in Amsterdam en concurreerde met Bartholomeus van der Helst.

Als kunstkenner werd hij ingeschakeld bij het beoordelen van 35 Italiaanse schilderijen die door Gerrit Uylenburgh waren verkocht aan Frederik Willem van Brandenburg, de keurvorst van Brandenburg.

De Eindexamens HAVO en VWO 2011 bevatten een vraag waarin het schilderij De Stad Leiden ontvangt de Lakennijverheid centraal stond.[1]

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Wigerus Vitringa

In de spotlights :  Wigerus Vitringa

Dr. Wigerus Vitringa (Leeuwarden8 oktober 1657 - Wirdum18 januari 1725) was een Nederlandse kunstschilder van haven- en zeegezichten.

Vitringa studeerde rechten aan de Universiteit van Franeker en promoveerde op 4 juli 1678. Na zijn studie vestigde hij zich in Leeuwarden als advocaat aan het Hof van Friesland. Naast zijn werk als advocaat schilderde hij eerst portretten en later zeestukken.

Vitringa verhuisde naar Alkmaar, waar hij zich geheel aan de schilderkunst wijdde. Vitringa was van 1696 tot 1706 lid van het Sint-Lucasgilde aldaar.

Hierna keerde Vitringa terug naar Leeuwarden. Vanwege een ernstige oogkwaal kon hij niet meer schilderen. Hij leidde nog wel leerlingen op. Tot zijn leerlingen behoorde Tako Jelgersma die meerdere portretten van Vitringa maakte.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Jacob Folkema

In de spotlights :  Jacob Folkema

Jacob Folkema (Dokkum, 18 augustus 1692 - Amsterdam, 3 februari 1767) was een Noord-Nederlands graveur.

Biografie

Jacob Folkema werd geboren in Dokkum als zoon van Johannes Jacobsz. Folkema (ook: Folckama, †1735), goud- en zilversmid en graveur, en Brechtje Jacobs Faber (†Amsterdam, 1728). Hij had twee zussen, Fopje (1690-1752) en Anna (1695-1768). Zijn vader, afkomstig uit Makkum, en zijn moeder, afkomstig uit Enkhuizen, waren in Dokkum op 23 maart 1684 getrouwd.[1] Rond 1708 verhuisde het gezin Folkema naar Amsterdam, waar het ging wonen aan de Westermarkt. Jacob Folkema werd door zijn vader opgeleid en werkte veel met zijn zussen samen. Hij was tevens leerling van Bernardus Picart en leraar van Pieter Tanjé.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Simon Ydes Keizer

In de spotlights :  Simon Ydes Keizer

Over Simon Ydes Keizer zelf is niet veel bekend. Maar er is en uitgebreide beschrijving van zijn tegeltableau.

Het linieschip Prins Friso had 50 stukken. Lengte 144 voet, breedte 42 voet. Het schip is gebouwd in 1728/1730 op de werf van de Admiraliteit te Harlingen. Met toestemming van de Admiraliteit van Amsterdam gaf in het voorjaar van 1728 deEngelse scheepstimmerman Thomas Davis te Harlingen advies, hoe met de bouw van het schip moest worden begonnen. Het was namelijk het eerste schip dat na vele jaren weer te Harlingen zou worden gebouwd. Men besloot het advies van Davis op te volgen en vroeg aan Amsterdam, Davis te willen toestaan regelmatig toezicht op de bouw te doen houden en enkele scheeptimmerlieden tijdelijk af te staan. Amsterdam ging hiermee akkoord, op voorwaarde, dat Davis bij voorkeur tijdens de gebruikelijke veertiendaagse vacanties met Pasen, Pinksteren, Kerstmis en de Amsterdamse kermis naar Friesland zou gaan. De bouw vond plaats in de jaren 1728, 1729 en 1730. Het rondhout werd te Amsterdam gekocht en gereed gemaakt. In sept. 1730 was het schip gereed. Schipper was in 1744/1746 Lieuwe Hendrikcksz. Prigge, onder meer in auxiliair eskader onder Grave naar Engeland en in de Brits-Nederlandse vloot. In 744 naar Engeland en in 1745 terug in het Vlie. Het schip heeft daarna waarschijnlijk geen dienst mee gedaan. Het is in 1756 geveild. De schilder met de noodnaam HD heeft gewerkt in Harlingen. Hij is bekend vanwege de wolken die op spruitjesplanten lijken. Het tegeltableau is niet opgenomen in de catalogus Schepentegels van Jan Pluis, maar staat wel afgebeeld in de deel VI van de reeks Fries Aardewerk. Zie onderstaande literatuurverwijzing. Literatuur: - Pluis, Jan, Fries Aardewerk. Harlingen. Producten 1720-1933, (Leiden 2005), p. 165-169.

Bronvermelding: Friesscheepvaartmuseum 

terug naar top van pagina

Alger Mensma

In de spotlights :  Alger Mensma

Van de zilversmid Alger Mensma is verder niet veel bekend. Maar dit kunstwerk is uitgebreid beschreven en wordt op dit moment ook getoond in het rijksmuseum, zaal 1.1

De ronde, vaasvormige fontein heeft een kraan, twee oren met scharnierende hengsels en een los deksel. De voet rust met een hol profiel op de lage, rechtwandige basis. Hij is opgebouwd uit een bolle band en een ingesnoerd gedeelte, bekroond door een bolle en een ingesnoerde ring, waarop het lichaam rust. Op de voet zijn drie waaiermotieven opgelegd, die over de basis krullen, waar zij zijn versierd met een blad. Tussen deze grote motieven is steeds een kleiner schelpmotief opgelegd. Aan beide zijkanten is aan de basis een rechthoekig oog bevestigd. In de voet is onder de bodem van het lichaam een ring aan een oog bevestigd. Het lichaam heeft een lage, bolle buik waarop een hoog, iets ingesnoerd, zich verbredend gedeelte rust, dat aan onder- en bovenzijde wordt afgesloten door een verbreed, hol profiel en dat wordt bekroond door een brede, bolle rand waarboven een S-vormig gewelfd en een ingesnoerd gedeelte en de bolle mondrand. De gebogen kraan is vierzijdig, met afgeschuinde hoeken, en heeft een aanzet van vier opkrullende lipjes. Bij het uiteinde, waar een profielrand rondom loopt, is hij aan bovenzijde en zijkanten versierd met opkrullende lipjes. In het midden heeft hij een cubische verbreding, waarin het draaiende kraantje past. Dit heeft een greep in de vorm van een symmetrische, open cartouche, opgebouwd uit met profielen en bladeren versierde S-voluten en bekroond door een opstaande culot op een geprofileerd voetstukje. Aan de onderzijde wordt het afgesloten door een tolvorm. De uit C- en S-voluten opgebouwde oren en de uitsluitend uit C-voluten opgebouwde hengsels zijn versierd met bladvoluten en opkrullende lipjes. De oren hebben verdiepte, geruwde zijkanten; de hengsels hebben afgeschuinde hoeken. De buik vertoont aan de voorzijde, rond de aanzet van de kraan, een ovaal veld met langs de zijkanten en de onderzijde een omlijsting van schelpen met aan beide zijden een vis en rechts tevens een slang. In het veld is gegraveerd Anno 1732. De CompS: Scheepen Purmerlust en ter Horst, inden/ Jaare 1730. door Vier Rovers tot Algiers op gebragt en door de /Loffelyke Conduiters van de Heer Capt. Cornelis Schryver/als Commandr: van s' Lands Oorlog Scheepen, aldaar ter/Reede leggende. Wederom synde Vry gegeeven hebben/de heeren bewinthebbren der Nederl: Geoctro: O.I./Comp: voor deeze en andre Extraord: dienste aan/de Comp: gedaan. dit geschenk aan syn Ed: ter Erkentenis en gedagtenis Vereert. benevens/een Som van Vyf Duysend guldens. Aan de achterzijde is de buik versierd met enkele op elkaar geplaatste wapens en schilden, waarvan het bovenste een masker vertoont, temidden van lauriertakken. Op beide zijkanten zijn twee gevleugelde, blazende windgodjes in de wolken weergegeven. Het hoge bovengedeelte van het lichaam is rondom langs de onderzijde versierd met een zee. Aan de voorzijde is een hierin zwemmende dolfijn weergegeven, geflankeerd door op schelpen blazende tritonen, een krokodil, dolfijnen en een zeerob. De dolfijn draagt een gecontourneerd, geschubd schild met een met bladvoluten versierde, dooreengeslingerde rand, bekroond door een waaiermotief. Op het schild is een ovaal, door een profiel omlijst medaillon geplaatst met een varend zeilschip met een vaandel met het monogram VOC der Verenigde Oostindische Compagnie. Het schild wordt omgeven door een eenhoorn, olifanten, een kameel, een struisvogel tegen een achtergrond van palmen en een leeuw. Aan de achterzijde vaart een galjoen waarvoor op schelpen blazende tritonen uiteenwijken. Op het schip rust een geschubd schild, soortgelijk aan dat op de voorzijde maar eenvoudiger en gedeeltelijk versierd met lauriertakken. Het ovale medaillon vertoont het wapen Schrijver. Het schild wordt omgeven door affuiten, bolders, vaandels, trommels, zwaarden, schilden en een helm. De bolle band is versierd met vier onderling verschillende festoenen van schelpen, die op de hoeken met linten aan nagels zijn opgehangen, waarvan steeds een kleine tros van schelpen afhangt. Het ingesnoerde gedeelte onder de mondrand is opgelegd met vier rozetten. Het deksel is opgebouwd uit een bol en een hol gedeelte, bekroond door een podium met een gewelfde wand. Hierop rust de vierzijdige knop met afgeschuinde hoeken, opgebouwd uit een geprofileerde voet, een ronde, ingesnoerde stam en een bol, waarvan het onderste gedeelte als het ware verhuld is in opkrullende lipjes. Als bekroning dient een rond, geprofileerd, vaasvormig knopje. Het bolle gedeelte van het deksel vertoont vier opgelegde bladeren. De opgelegde versieringen, de kraan, de oren en hengsels en de dekselknop zijn gegoten; de reliëfs zijn gedreven.

Bronvermelding: RijksmuseumAmsterdam Centre for the Study of the Golden Age

terug naar top van pagina

Dirk Piebes Sjollema

In de spotlights :  Dirk Piebes Sjollema

Dirk Piebes Sjollema (Nijehaske, 6 juli 1760 - aldaar, 23 december 1840) was autodidactisch schilder.in de spotlights portret van Sjollema

Sjollema schilderde voornamelijk schepen en stadsgezichten. Hij woonde op de Harriewal nummer 2. Werk van zijn hand is in het Fries Museum, het Friese Scheepvaart Museum in Sneek, het Museum Willem van Haren in Heerenveen en het stadhuis van Skarsterlân op Joure.

Op de tentoonstelling "Honderd jaar Friese schilderkunst", die werd gehouden in 1947, werd van hem "Watervloed van februari 1825", "De uitvinding van een haven door twee Friese Fergusons", een Friese baard in stilte de Zuiderzee en andere schepen, 'Stille schepen op zee' en 'Sylskip op zee', allemaal eigendom van het Fries Museum getoond. Deze schilderijen zijn na de dertien van die tijd een beetje zwaar en romantisch. Ze zijn belangrijker dan tijdafbeeldingen dan artistieke aandacht. Als kunstenaar was Sjollema niet van grote omvang, maar hij had veel faam in Friesland.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0;

terug naar top van pagina

Nicolaas Baur

In de spotlights :  Nicolaas Baur

Nicolaas Baur (Harlingen12 september 1767 - aldaar, 28 maart 1820) was een Nederlands (Fries) kunstschilder, vooral bekend om zijn marinewerken.

Leven en werk

Baur was een zoon van de Harlingse kunsthandelaar en portretschilder Henricus Antonius Baur in de spotlights(1736-1817). Hij leerde het vak van zijn vader, maar koos uiteindelijk niet voor de portretteerkunst. Aanvankelijk werkte hij als behangschilder en bracht hij decoraties aan in onder meer het Stadhuis van Harlingen. Toen de vraag naar decoratief behang verminderde, ontwikkelde hij zich tot schilder van wintergezichten, landschappen bij maanlicht en vooral weidse zeegezichten met schepen, in de realistische stijl van zeventiende-eeuwse Hollandse zeeschilders als Ludolf Bakhuizen. Met name als marineschilder had hij in zijn tijd groot succes en behoorde hij met Martinus Schouman tot de bekendsten van Nederland. Op de eerste tentoonstelling van Nederlandse levende meesters, georganiseerd op instigatie van koning Lodewijk Napoleon, won hij een prijs van drieduizend gulden en werd een het winnende doek bovendien door de koning zelf verworven.

Een van de bekendste werken van Baur is zijn Schaatswedstrijd voor vrouwen op de Stadsgracht in Leeuwarden 21 januari, 1809 (1810), dat te zien is in het Rijksmuseum Amsterdam. Hierin doet hij een soort van verslag van een historische krachtmeting op het ijs tussen 64 ongetrouwde vrouwen op Friese doorlopers. De hoofdprijs was een gouden oorijzer. De winnares was Houkje Gerrits Bouma. De wedstrijd deed destijds veel stof opwaaien omdat het om voor vrouwen onzedig gedrag zou gaan.

Baur overleed in 1820 op 52-jarige leeftijd. Werk van zijn hand bevindt zich onder andere in de collecties van het Rijksmuseum, het Fries Museum in Leeuwarden en het Hannemahuis te Harlingen. In Harlingen is er ook een straat naar hem vernoemd.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

terug naar top van pagina

Willem Bartel van der Kooi

In de spotlights :  Willem Bartel van der Kooi

Willem Bartel van der Kooi (13 mei 1768Augustinusga – 14 juli 1836Leeuwarden) was een Nederlandse kunstschilder.

Van der Kooi was een leerling van onder anderen Johannes Verrier en Wessel Ruwersma. Hij werd in 1798 lector tekenkunst aan de Universiteit van Franeker, wat hij bleef tot de universiteit in 1808 gesloten werd. Van der Kooi schilderde een groot aantal portretten.

Willem Bartel van der Kooi werd geboren in het Friese Augustinusga, in een gezin van enige welstand en aanzien. Vanaf zijn twaalfde ging hij in de leer bij plaatselijke ververs en behangselschilders. Hij ontwikkelde zijn schildertalent grotendeels zelf. Hij specialiseerde zich in het portretschilderen, maar maakte ook genrestukken. De invloed van het Franse neo-classicisme is al vroeg merkbaar in zijn werk. Van der Kooi had vele leerlingen en zijn invloed op de 19de-eeuwse Friese schilderschool was groot.

Na het winnen van een prijs in 1808 voor het beste genrestuk kreeg hij regelmatig portretopdrachten. In 1818 mocht Van der Kooi zelfs Koning Willem I en zijn echtgenote portretteren.

Dat hij ook buiten Friesland gewaardeerd werd, blijkt onder meer uit zijn benoeming tot lid van verschillende academies van beeldende kunsten (Amsterdam, Antwerpen, Gent).

Bronvermelding: RijksmuseumAmsterdam Centre for the Study of the Golden Age

terug naar top van pagina

Eelke Jelles Eelkema

In de spotlights :  Eelke Jelles Eelkema

Eelke Jelles Eelkema (ook Eelkama) (Leeuwarden, 8 juli 1788 - aldaar, 27 november 1839), was een Nederlandse kunstschilder. Hij schilderde landschappen, stillevens met bloemen en fruit.

Leven en werk

in de spotlightsVanwege zijn doofheid, veroorzaakt door een ziekte op zevenjarige leeftijd, werd hij van zijn elfde tot zijn negentiende jaar opgeleid aan het Doofstommeninstituut in Groningen, waar hij tekenles kreeg van G. de San[1] en schilderles van J.N. Schoonbeek[2].

In 1804 won hij de eerste prijs aan de Academie Minerva en zijn werk werd hogelijk geprezen. In 1816 bezocht hij Parijs met een Koninlijke Subsidie; in 1818 maakte hij een voetreis naar Frankrijk en Zwitserland tot Turijn. Later schilderde hij ook in LondenHaarlem en Amsterdam.

Zelf gaf Eelkema ook schilder- en tekenlessen, van 1821-1829 aan het Franeker Atheneum, maar ook aan onder anderen Cornelis Bernardus Buijs, die op zijn beurt weer lesgaf aan de bekende Haagse SchoolschilderJozef Israëls en aan Taco Mesdag, de oudere broer van Hendrik Willem Mesdag.

In 1839 overleed Eelkema in Leeuwarden, nadat hij twee jaar eerder ook blind was geworden.

Werk van Eelkema bevindt zich onder meer in de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam[3], tezamen met het paneel Bloemen in een terracotta vaas uit de nalatenschap van Albertus Jonas Brandt dat in 1821 in onvoltooide staat werd verworven door het Museum van Levende Nederlandsche Meesters en in 1822 door Eelkema werd voltooid.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Otto de Boer

In de spotlights :  Otto de Boer

Otto de Boer (Woudsend 1797-Leeuwarden 1856). Schilder van portretten, altaarstukken. Leerling van Willem Bartel van der Kooi. Maakte reis naar Italië (1823-26).

in de spotlightsBronvermelding: Historisch Centrum Leeuwarden

Wiebe Annes Visser

In de spotlights :  Wiebe Annes Visser

Wiebe Annes Visser  (Geboren 2-11-1811 in Heeg, † 18-10-1886 te Hindeloopen.)
Gehuwd op 26 maart 1837 met Baukjen Geerts Geerts (1812-1863).

Wiebe Annes Visser was koopman, zeepzieder, later olieslager., literatuur: - S.J. van der Molen 'Wybe Annes Visser (Heeg 1811 - Hindeloopen 1886) overzicht van zijn werk' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1979, pp. 29-40. - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1990, pp. 16-17

Bronvermelding: fries scheepvaart museum

Christoffel Bisschop

In de spotlights :  Christoffel Bisschop

Christoffel Bisschop (Leeuwarden22 april 1828 - Scheveningen5 oktober 1904) was een Nederlandse kunstschildertekenaar en lithograaf.

Leven en werk

Portret van Bisschop in 1902 getekend door Hendrik Haverman

Bisschop werd in 1828 in Leeuwarden geboren als zoon van de koopman Richard Bisschop en Sara Soeting. Bisschop had meerdere leermeesters, die hem lesgaven in schilderen, teken en lithograferen. In Leeuwarden kreeg hij les van de schilder en tekenaar Hendik Schaaff, in Amsterdam van de schilder Jacobus Schoemaker Doyer en in Delft van de schilder en lithograaf Willem Hendrik Schmidt. Hij studeerde van 1848 tot 1852 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst in Den Haag, waar hij les kreeg van de schilder, tekenaar en lithograaf Huib van Hove (Bz). Daarna vertrok hij naar Parijs om er les te krijgen van Charles Gleyre. In 1855 vestigde hij zich als kunstschilder in Den Haag. Bisschop was een veelzijdig kunstenaar, hij maakte zowel genre- en figuur- en mythologischevoorstellingen, portretten, interieurs en stillevens. Tot zijn genrestukken behoren onder andere afbeeldingen van oud-Hindelooper binnenhuizen. In 1861 werd zijn werk met een eremedaille bekroond. Zijn werk werd regelmatig zowel in als buiten Nederland geëxposeerd. In 1863 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van de Eikenkroon.

Hij trouwde op 26 januari 1869 in Kensington met de in Londen geboren kunstschilderes Kate Bisschop-Swift, die tevens zijn leerlinge was.[1] Hij woonde en werkte met zijn echtgenote in Scheveningen in de villa "Frisia". Hij was lid van Pulchri Studio en van de Hollandsche Teekenmaatschappij in Den Haag.

Werk van Bisschop bevindt zich in de collecties van het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rijksmuseum, het Groninger Museum, het Fries Museum te Leeuwarden, het Dordrechts Museum, het Gemeentemuseum Den HaagDe Mesdag Collectie in Den Haag, het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen en Teylers Museum in Haarlem.

Hij overleed in oktober 1904 op 76-jarige leeftijd in Scheveningen. De inventaris van de door hun bewoonde villa "Frisia" werd - al gedeeltelijk na zijn overlijden en na het overlijden van zijn echtgenote in 1928 - overgebracht naar het Fries Museum.[2] Tot die collectie behoren ook de sieraden die Bisschop-Swift ontving van Europese vorsten.[3] In het Fries Museum werden de zogenaamde Bisschopskamers, waaronder het complete atelier, ingericht voor de door het echtpaar Bisschop-Swift overgedragen collectie.

Na zijn overlijden werd in 1905 een eretentoonstelling van zijn schilderijen en aquarellen gehouden in Pulchri Studio in Den Haag. in 2008 was onder meer werk van Bisschop te zien op de expositie "Schilderen en Wonen op Scheveningen in de Belle Epoque" in Muzee Scheveningen. In 2010 werd zijn werk - samen met dat van Jurres en Alma Tadema - geëxposeerd in het Fries Museum.[4]

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Lourens Alma Tadema

In de spotlights :  Lourens Alma Tadema

Lourens Alma Tadema (Dronrijp8 januari 1836 – Wiesbaden25 juni 1912)

in de spotlights- Lourens Alma Tadema zelfportret

Zelfportret van Lourens Alma Tadema (1896)

Lourens Alma Tadema ook bekend als Laurens Alma Tadema en Lawrence Alma-Tadema (sinds 24 mei 1899 Sir Lawrence Alma-Tadema), was een Nederlands-Brits kunstschilder, die werkte volgens de academische traditie. Hij was een van de meest gerenommeerde schilders van het laat-19e-eeuwse Groot-Brittannië.

Hij werd geboren in het Friese Dronrijp en ging naar school in Leeuwarden. Na zijn opleiding tot schilder aan de Koninklijke Academie van Antwerpen werkte Tadema eerst een kleine tien jaar in België, alvorens hij zich in 1870 in Londen vestigde, waar hij de rest van zijn leven zou doorbrengen. Als schilder viel hij op door een klassieke onderwerpkeuze, gladde afwerking en realistische stofuitdrukking. Hij werd beroemd door zijn historische afbeeldingen van luxe en decadentie in het Romeinse Rijk, met smachtende figuren in prachtige marmeren interieurs, afgebeeld tegen een achtergrond van een oogverblindend blauwe Middellandse Zee of een azuurblauwe hemel.

Hoewel hij tijdens zijn leven werd bewonderd om zijn afbeeldingen van de klassieke oudheid, viel zijn werk na zijn dood en met name na de Eerste Wereldoorlog volkomen in ongenade, waarna het zo'n veertig jaar volstrekt werd genegeerd – niet toevallig net tijdens de hoogtijdagen van het modernisme. Pas eind jaren zestig nam de belangstelling voor zijn werk weer toe, in eerste instantie vanwege zijn belang voor de 19e-eeuwse Engelse kunst. Sinds het einde van de 20e eeuw worden in stijgende mate astronomische prijzen voor zijn werken betaald.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Pier Jacobs Pander

In de spotlights :  Pier Jacobs Pander

Pier Jacobs Pander (Drachten20 juni 1864 - Rome6 september 1919) was een Nederlands beeldhouwer en ontwerper van medailles.

Loopbaan

In de spotlights Pier Pandertempel Noorderplantage

Pier Pandertempel Noorderplantage

Pander was de zoon van een arme binnenschipper. Toen hij nog een jongen was werd zijn kunstig houtsnijwerk opgemerkt. Door enkele welgestelde personen, onder andere de journalist Johannes de Koo en de doopsgezinde dominee van Drachten, werd hij in staat gesteld een kunstopleiding te volgen aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus Amsterdam, en daarna aan de Académie des Beaux-Arts in Parijs. In 1885 won hij de Prix de Rome voor beeldhouwen, maar in dezelfde tijd maakte een ernstige ziekte hem invalide. Pander verhuisde in 1893 naar Rome, waar hij een atelier opzette. Hij reisde regelmatig naar Nederland waar hij vooral bekend werd nadat hij in 1898 de munt met de beeltenis van koningin Wilhelmina had ontworpen. Na verloop van tijd kocht hij een huis in De Knipe voor zijn ouders, die tot dan toe in hun boot waren blijven wonen. Tijdens een van deze reizen naar Nederland maakte hij ook kennis met de jonge Jan Mankes, die diep onder de indruk was van de beroemde Pander.

Penning_op_de_inhuldiging_van_Wilhelmina_te_Amsterdam_in_1898_(kroningsjaar)_naar_ontwerp_van_Pier_Pander.JPG

 

Penning ter ere van de inhuldiging van koningin Wilhelmina, ontworpen door Pier Pander.

 

 

Pander was onder meer bevriend met Louis Couperus, die tussen 1900 en 1915 in Nice en Rome woonde. Couperus gaf Pander opdracht een medaillon van zijn vrouw Elisabeth Couperus-Baud te maken. Couperus had ook een aantal sonnetten gewijd aan de beeldengroep van Alba, Gedachte, Aandoening, Moed en Kracht.[1] Pander stierf uiteindelijk in Rome aan de gevolgen van tuberculose.

Werk
Buste van Pieter Klazes Pel door Pier Pander

Pander portretteerde vele bekende personen van zijn tijd. Zo maakte hij onder meer de beeldenaar van Koningin Wilhelmina op de Nederlandse munten die geslagen zijn tussen 1898 en 1910. Dit ter gelegenheid van Wilhelmina's inhuldiging in 1898.

In 1910 ontwierp hij het gedenkteken van de verongelukte luchtvaartpionier Clément van Maasdijk in Heerenveen. Later legde hij zich toe op het weergeven van kinderen. Hij was tijdens zijn leven zeer bekend en populair bij het grote publiek; hij werd benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Pander liet zijn werk na aan de gemeente Leeuwarden, die nog steeds eigenaar is van de omvangrijke collectie.

Naast de reeds genoemde beeldenaar op de Nederlandse munten, is Panders beroemdste werk zijn tempel. Het ontwerp hiervan had hij tijdens zijn leven al ontwikkeld; het gebouwtje zou pas in 1924, na zijn dood, in een Leeuwarder park worden gerealiseerd. Het laatste verklaart waarom de beelden in de tempel wel door Pander zijn ontworpen maar niet door hem zijn vervaardigd.

Wat deze tempel beroemd maakt is zijn concept, dat geheel in de sterk symbolische stijl van rond 1900 is uitgevoerd. De vijf beelden vertegenwoordigen de geestesgesteldheid van de scheppende kunstenaar: moed, gevoel, kracht, gedachte en inspiratie. Zij staan in het ronde gebouw cirkelvormig opgesteld. Boven de ingangsdeur, aan de buitenkant, is een reliëf ingemetseld dat 'de Dageraad' voorstelt.

In 1954 werd op een steenworp afstand van de tempel het Pier Pander Museum gebouwd.

Critici vonden Pander niet vernieuwend. Ook was zijn stijl zeer tijdgebonden, waardoor hij na zijn dood vrij snel werd vergeten. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd zijn zuivere, intieme werk herontdekt. Internationaal is hij alleen enigszins bekend dankzij het unieke concept van zijn tempel.

Moderne belangstelling

In 1999 organiseerde Eugenie Boer (1947-2012) de tentoonstelling over Louis Couperus en Pier Pander. twee verwante zielen in het Louis Couperus Museum. Daarbij verscheen ook een museumpublicatie.

In 2007 werd een manifestatie gehouden onder de titel Pier Pander - Nederlands beroemdste beeldhouwer (1864-1919). Onderdeel van de manifestatie was een overzichtstentoonstelling in het Fries Museum, de uitgave van een boek, de heropening op 1 juni 2007 van de gerestaureerde Pier Pander Tempel en het Pier Pander Museum en een documentaire over zijn leven door Omrop Fryslân.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Tjipke Visser

In de spotlights :  Tjipke Visser

Tjipke Visser (Workum12 december 1876 - Bergen22 januari 1955) was een Nederlandse beeldhouwer.[1]

Leven en werk

Visser, zoon van de houthandelaar Tjebbe Visser en Wiepkje Hiemstra, volgde eerst de opleidingen aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers en aan de Rijksnormaalschool voor Kunstnijverheid te Amsterdam en vervolgens de opleiding aan de Rijksakademie van beeldende kunsten eveneens te Amsterdam. Hij was een leerling van Jan Derk Huibers en Ludwig Jünger. Na tien jaar in Amsterdam te hebben gewerkt vestigde hij zich in 1907 in het Noord-Hollandse kunstenaarsdorp Bergen.[1] Hij was daarmee één van de eerste kunstenaars, die Bergen ontdekte als inspirerende plek om te werken. Steeds meer kunstenaars zouden zijn voorbeeld volgen. Zij vormden de zogenaamde Bergense School.

Tjipke Visser ontwierp in 1923 het omslag voor de roman Oostwaarts van Louis Couperus.

Een deel van Vissers werk bestaat uit dierenfiguren, waarvoor hij zich liet inspireren in Artis. Daarnaast maakte hij diverse beelden van publieke persoonlijkheden. bijvoorbeeld in Amsterdam beelden van Abraham Kuyper en Carel Steven Adama van Scheltema en in Leeuwarderadeel van Pieter Jelles Troelstra. In de gemeente Bergen staan twee door hem gemaakte monumenten ter ere van het burgemeestersechtpaar Jacob van Reenen (in Bergen) en Marie Amalie Dorothea Völter (in Bergen aan Zee). Ook in zijn geboorteplaats Workum bevinden zich diverse van zijn kunstwerken, onder andere beeldhouwwerk en houtsnijwerk in de plaatselijke Sint Gertrudiskerk. Hij was ook boekbandontwerper met onder andere twee fraaie banden voor Louis Couperus boeken.

De dochter van Visser uit zijn eerste huwelijk met Maria Hoeben, Marijcke Visser (1915-1999) werd evenals haar vader beeldend kunstenaar. Zij was beeldhouwster en edelsmid. Visser overleed in 1955 op 78-jarige leeftijd in zijn woonplaats Bergen.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Thijs Rinsema

In de spotlights :  Thijs Rinsema

Thijs Rinsema (Drachten18 juni 1877 - aldaar, 1 maart 1947) was een Nederlands kunstenaar die zowel schilderijen als andere kunstwerken maakte.

Biografie

Thijs Rinsema hield zich, net als zijn jongere broer Evert, met schoenmaken bezig, wat hij tot een jaar voor zijn dood volhield. Door zijn broer kwam Thijs Rinsema in aanraking met Theo van Doesburg en zijn werken, waardoor Thijs Rinsema steeds meer in de richting van De Stijl en Dada begon te schilderen.

Mede via Theo van Doesburg ontmoette hij andere kunstenaars als Charley Toorop en Kurt Schwitters. Hij kreeg enkele prijzen voor zijn werken. Thijs Rinsema hield zich als eerste kunstenaar bezig met het schilderen van voetballers. Doordat in 1910 voetbalvereniging VV Drachten opende en zijn zoon Dirk er ging voetballen, kon hij kijken om er abstraherende schilderijen van te maken, welke nu zijn beroemdste werken zijn. Ook tekende hij werken van paarden op de renbaan en schilderde hij stillevens met onder andere pistolen en fluitketels.

Een voorbeeld van het meer figuratieve werk van Thijs Rinsema

Hoewel Thijs Rinsema zich aanvankelijk weinig aangetrokken voelde tot het Dadaïsme werd hij daar toch vaak mee geïdentificeerd door latere kunsthistorici als K. SchippersRemco Heite en Thom Mercuur. Dit is voor een deel te verklaren uit een Dada-veldtocht die onder andere bestond uit optredens van Theo van Doesburg, Nelly van DoesburgKurt Schwitters en Vilmos Huszár. Deze veldtocht vond plaats van 1922 tot 1923 in Nederland. De laatste voorstelling van deze veldtocht vond plaats in de Phoenix in Drachten. Sindsdien heeft de bevolking van Drachten de connectie tussen Thijs Rinsema en het Dadaïsme niet vergeten. De jaren 1920-1930 vormden het hoogtepunt van innovatie zijn werken, door experimenten met abstrahering, werken met collages en verwerking van diverse kunststromingen als het constructivisme en De Stijl in een eigen vormentaal. De contacten met Van Doesburg stopten na diens dood in 1931. In 1937 hielden ook de contacten met Kurt Schwitters op, die in dat jaar, vluchtend voor het nazisme, naar Noorwegen vertrok. Deze vermindering van contacten heeft een zichtbare weerslag gehad in de schilderijen van Rinsema, die sindsdien meer figuratief begon te schilderen en minder experimenteel. Dit kan opgevat worden als een terugval, maar ook als een verminderde drang om te experimenteren.

Thijs Rinsema combineerde zijn dagelijks werk als schoenmaker met schilderen, van onder andere portretten, stillevens, bloemschikkingen en landschappen. Hij vond Drachten soms maar weinig de moeite waard, waarom hij soms een bezoek bracht aan Amsterdam of Rotterdam om daar de musea, andere kunstenaars of (kunst)boekwinkels te bezoeken. Kort na de oorlog kreeg hij kanker, waaraan hij in 1947 overleed.

Kamer naar ontwerp van Thijs Rinsema tijdens expositie in 2011/2012 in Museum Dr8888.

Problemen oeuvre

Het werk van Thijs Rinsema is niet altijd herkend als van zijn hand. In de jaren dat hij contact had met Kurt Schwitters maakten zij samen collages van gevonden materiaal uit de omgeving van Drachten. Doordat zij hetzelfde materiaal gebruikten als grondstof en gelijktijdig collages maakten zijn de collages van de beide kunstenaars bij tijd en wijle moeilijk uit elkaar te houden. Door de relatieve onbekendheid van Thijs Rinsema is het weleens voorgekomen dat werken foutief zijn toegeschreven aan andere kunstenaars, zoals Aleksandr Rodchenko. Een andere moeilijkheid is dat hij zelden werk signeerde of dateerde en dat veel van zijn werken bij leven slecht zijn geregistreerd. Hierdoor zijn veel werken verloren gegaan.

Werk in openbare collecties (selectie)

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Ids Wiersma

In de spotlights :  Ids Wiersma

Ids Wiersma (Brantgum21 juni 1878 - Dokkum24 augustus 1965) was een Nederlandse schilder en tekenaar.

Leven en werk

Wiersma was een zoon van de arbeider Doeke Goslings Wiersma en Eeke Idzes Koopmans. Op jeugdige leeftijd bleek Wiersma aanleg voor tekenen te hebben. Echter een opleiding in die richting zat er aanvankelijk niet voor hem in. Hij werd huisschilder. Toch bleven zijn kunstzinnige verrichtingen de aandacht trekken. Zijn werk werd onder de aandacht gebracht van schilders als Israëls en Mesdag. In 1898 kon hij alsnog worden ingeschreven als student bij de tekenacademie van Den Haag. Hij was een leerling van Jan Boon en van Frits Jansen. Hij verkreeg in 1905 opdrachten om tekeningen te vervaardigen voor leden van het Koninklijk Huis. Hij werd als buitengewoon lid toegelaten tot de Haagse Pulchri Studio. In 1911 vervaardigde hij de muurschilderingen voor de nieuwbouw van de Rijksmunt in Utrecht. In 1915 werd hij aangesteld als leraar aan de Haagse tekenacademie, waar hij les gaf in etsen en lithograferen. Zijn leraarschap was van korte duur. In 1918 keerde hij terug naar Friesland en was daar tot 1926 werkzaam als kunstschilder. Hij richtte zich in zijn werk onder meer op het weergeven van het boerenleven Daarnaast illustreerde hij een gedichtenbundel van Pieter Jelles Troelstra. In 1926 verhuisde hij naar Amsterdam. Hier maakte hij voor de historisch-topgrafische atlas een serie tekeningen van verdwijnend Amsterdam[1]. Uiteindelijk zou hij zich op oudere leeftijd weer in Friesland vestigen, waar hij in 1965 op 87-jarige leeftijd overleed. In Brantgum, zijn geboortedorp, werd een school naar hem genoemd. In dit dorp staat ook zijn, door de beeldhouwer Gosse Dam vervaardigde, standbeeld.

Wiersma trouwde op 19 september 1912 te Amsterdam met Trijntje Boon, dochter van de opzichter in een dierentuin Jan Boon en Ariaantje de Jong.

In de tentoonstelling "Monet & Van Gogh van Friesland" van het Museum Dr8888 zijn meer dan 150 werken tentoongesteld van Wiersma en van zijn collega schilder Sierd Geertsma.[2]

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Jan Planting

In de spotlights :  Jan Planting

Jan Planting (Drachten, 27-5-1893 - † 29-11-1955) was huisschilder  en kunstschilder.

Jan Planting bracht zijn hele leven door in Drachten. Hij is een poos in de leer geweest bij de drukkerij "De Vrije Fries" in Drachten, maar werd al snel huisschilder. Naast dat werk volgde hij tekenlessen.

In 1914 moet hij in dienst, precies in de tijd van mobilisatie als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Hij komt terecht in Noord-Brabant bij de grensbewaking. Hij maakt portretten van zijn dienstmaten en op een tentoonstelling in Tilburg wint hij daarmee een bronzen medaille.

Hij keert terug naar Drachten en gaat weer als huisschilder aan het werk en in 1923 treed hij in het huwelijk met Aeltsje Bergsma.

Op een gegeven moment wint Planting een paard en rijtuig op een lot uit de loterij. Dat maakte hem 850 gulden rijker waarmee hij zijn eigen schildersbedrijf kon beginnen. Tijdens het tekenen en schilderen bestudeert Planting het werk van andere kunstenaars. Hij krijgt advies van Ids Wiersma die van 1918 tot 1926 in Drachten woonde. Wiersma's invloed is te zien in sommige werken van Planting. Hij maakte later kennis met de schoenmaker en kunstenaar Thijs Rinsema, met wie hij zijn werk bespreekt.

Daarnaast wordt hij aangemoedigd om te schilderen door Sjoerd de Roos, familie van moederskant.

De erfgoedcollecties van Museum Dr8888
Naast de collectie beeldende kunst is ook de erfgoed van Smallingerland onderdeel van de collectie van Museum Dr8888. Deze collecties zijn over het algemeen niet zichtbaar in het gebouw.

Topografische atlas: De topografische atlas bestaat voor het grootste deel uit aquarellen, pentekeningen, potloodschetsen, etsen etc. van kunstenaar Jan Planting.

De kunstredactie van Trouw heeft musea gevraagd om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van Paulo Martina, directeur van Museum Dr8888: Jan Planting
Lees artikel hier

Jan van der Zee

In de spotlights :  Jan van der Zee

Jan van der Zee (Leeuwarden16 februari 1898 - Groningen15 december 1988) was een Nederlandse kunstenaar.

Leven en werk

Van der Zee volgde een opleiding aan Academie Minerva (1919-1922) in Groningen, waar hij les kreeg van onder andere F.H. Bach en Willem Valk. Van der Zee schilderde (gouacheolieverf) en aquarelleerde landschappen, portretten, stillevens en stadsgezichten. Hij maakte daarnaast grafische kunst in de vorm van lino- en houtsnedes. Van der Zee behoorde tot de vroege Nederlandse constructivisten. Hoewel hij binnen het figuratieve werk zijn onderwerpen abstraheerde, werden ze nooit echt abstract.

In 1922 richtte hij met Wobbe Alkema en Johann Faber het reclamebureau Atelier Voor Artistieke Reclame (AVAR) op, ze huurden atelierruimte aan de Noorderstationsstraat in Groningen. Van der Zee was lid van De Ploeg (1923-1948), vervolgens van Het Narrenschip. In 1958 was hij mede-oprichter van de Groninger schildersgroep Nu. In 1965 ontving hij de Culturele prijs van de provincie Groningen. In 1986 hielden het Fries Museum en het Groninger Museum een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk.

Van der Zee was niet alleen als kunstschilder actief, maar maakte ook monumentaal werk. Voorbeelden zijn de trap bij de Naberpassage aan de Grote Markt (1975) en de mozaïekmuur (1960) voor de pabo aan de Verzetstrijderslaan. Voor de Martinikerk maakte hij een aantal glas in loodramen.

Bronvermelding: wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0; Rijksmuseum; Friesmuseum; rkd.nl

Pier Feddema

In de spotlights :  Pier Feddema

Pier Feddema (geboren in Anjum, 2 juni 1912 - † 1983 te Balk)

Pier Feddema werd geboren als boerenzoon in Anjum. Op de lagere school in Anjum blonk hij al uit in tekenen. Hij ging naar de Kweekschool in Dokkum en haalde op 19-jarige leeftijd de akte van bekwaamheid als onderwijzer. Hij kon meteen aan de slag als onderwijzer aan de chr. Rehobothschool in Hemrik. In de kost bij bakker Dijkstra in Wijnjewoude leerde hij Tite kennen met wie hij in 1938 trouwde. Na de oorlog verhuisden de Feddema’s naar Groningen waar Pier leraar tekenen aan de “Kleuterkweek” werd. Na korte tijd als leraar tekenen aan de U.L.O. in Balk gewerkt te hebben, verhuisde het gezin naar Drachten waar hij tot aan zijn pensionering in 1977 werkte aan het Ichtus College. Kort daarna gingen Pier en Tite terug naar Balk waar Pier in 1983 op 71-jarige leeftijd overleed.

STICHTING

De stichting is in 2004 in het leven geroepen en heeft als doel om de kunst van Pier Feddema te bewaren maar ook onder de aandacht te blijven brengen. Nadat alle werken geïnventariseerd waren, zijn er vanaf 2005 regelmatig exposities georganiseerd. In de zomer van 2009 is ons bestuurslid Tite Feddema overleden waarna de activiteiten een poos stil kwamen te liggen. Ook moest er een plek worden gezocht voor de collectie en deze is in 2011 ondergebracht bij Museum Dr8888. Intussen is één van de kleindochters toegetreden als lid van de stichting.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstaat het Fries expressionisme waarvan de groep Yn’e line een goed voorbeeld is met kunstenaars als Pier Feddema, Jan van der Bij en Klaas Koopmans.

????

In de spotlights :  ?????

Info volgt z.s.m.

Bronvermelding: 

Jopie Huisman

In de spotlights :  Jopie Huisman

Jotje (Jopie) Huisman (Workum18 oktober 1922 - aldaar, 29 september 2000) was een autodidacte Nederlandse kunstschilder en tekenaar.

Leven

Huisman werd geboren als jongste van een gezin met zeven kinderen. Vanaf zijn jeugd tekende Huisman wat hij om zich heen zag en wat hem raakte. Op de ambachtsschool in Sneekhaalde hij het diploma voor huisschilder en in 1939 wordt hij plateelschilder bij pottenbakkerij Aurora in Workum. In 1942 wordt hij bij een razzia opgepakt en tewerkgesteld in een werkkamp bij Kassel, maar in 1943 ontsnapt hij en duikt tot het einde van de oorlog onder in Workum. Tot 1949 leidt hij een wat ongeregeld bestaan. Dan moet hij wegens tbc een half jaar in bed blijven. In 1949 of 1950 trouwt hij met Eelkje de Boer. Uit dat huwelijk worden van 1951 tot 1964 vier kinderen geboren.

Het aardewerkatelier dat Huisman in 1951 begint, gaat in 1953 failliet. Op aanraden van zijn broer Lieuwe begint hij met een handkar en een transportfiets een handel in lompen en metalen. In 1959 wordt hij vertegenwoordiger in de metaalhandel van zijn broer maar in 1963 hervat hij zijn vorige nering, nu in Herbaijum. In dat jaar exposeert hij ook zijn eerste schilderijen, bij Galerie De Blauwe Hand in Harlingen. In 1973 scheidt Jopie van Eelkje. Hij stort zich op zijn schilderwerk. Omstreeks 1974 wordt een hartkwaal vastgesteld. Na diefstal van zijn werk uit een expositie in Nuenen wil hij zijn werk niet meer laten rondreizen. Dat het werk daardoor nauwelijks nog te zien is, vormt later de aanleiding tot de oprichting van het Jopie Huisman Museum. In 1976 hertrouwt Huisman met Ietje Magré.

Over het schilderij Broek van een koemelker uit de periode rond de scheiding van zijn vrouw zegt Jopie Huisman:

In 1973 raakte ik plotseling in grote privé-problemen. Ik was helemaal op mezelf teruggeworpen. Toen vond ik tussen de rommel een oude broek. Een afgetobde, tachtig keer verstelde, smerige melkersbroek. Ik zag mezelf daarin: een heel grote verlatenheid. Ik heb hem meegenomen en geschilderd. Ook omdat andere mensen herkenden wat ik geschilderd had, is het mijn redding geweest. Eigenlijk is het een zelfportret.[1]
Museum

Museum in Workum

Op 23 juli 1985 wordt de Stichting Jopie Huisman Museum opgericht en een jaar later, op 18 maart, de Vriendenkring Jopie Huisman Museum. Op 11 april 1986 opent het eerste Jopie Huisman Museum, in het Sleeswijckhuys aan het Noard in Workum. Dat blijkt al gauw te klein voor de toeloop en op 29 februari 1992 wordt ertegenover het nieuw gebouwde museum geopend.

Werk

Huisman bewaarde schoenen, gewichten, vodden, poppen, kortom alles wat hem op één of andere manier aansprak. Hij schilderde dat minutieus na, soms bijna als een fijnschilder. Toen zijn handel in dergelijke spullen goed begon te lopen, was er geen financiële noodzaak meer tot verkoop, maar voor 1974 verkocht hij zijn werk wel, of ruilde het voor een pak paling. Van dit werk is een deel in de handel gekomen.[2] Later verkocht hij geen schilderijen meer, maar gaf ze weg aan vrienden en aan mensen die het volgens hem verdienden. Sinds 1986 zijn de schilderijen te zien in het Jopie Huisman Museum. Vanaf de jaren negentig wordt, mede door Huismans hartproblemen, het minutieuze werken te inspannend en gaat hij over op ingekleurde pentekeningen en aquarel. Huisman schilderde zijn laatste doek in maart 2000. Deze kleine aquarel werd in 2010 gevonden in zijn geboortehuis aan de Trekweg.[3][4]

Huisman stond ook bekend om smakelijke en soms aangedikte anekdotes, waarvan hij er enkele opschreef. Die zijn in 2011 gebundeld in het boekje Jopie de Verteller.[5]

Willem van Althuis

In de spotlights :  Willem van Althuis

Willem van Althuis (Dronrijp3 maart 1926 - Heerenveen9 oktober 2005) was een Nederlands kunstschilder.

Willem van Althuis groeide op op het Friese platteland en werd beroepshalve stratenmaker. Hij tekende in zijn vrije tijd voornamelijk motieven uit zijn directe omgeving. Dat evolueerde via het bestuderen van de werkwijzen van Vincent van GoghPaul Klee en Wassily Kandinsky tot kwaliteitsvolle, vrijgevochten schilderkunst.

Hij nam vaak een bouwwerk uit de regio Heerenveen/Dronrijp als uitgangspunt: kerk, hotel, brug, pakhuis, station enz. Hij behandelde dan het thema een tweede, derde of vierde maal en reduceerde de voorstelling tot enkele vlakken met subtiele kleuren. Hij noemde deze zelf "vertalingen". Het onooglijke gebouwtje van de visafslag van Laaxum herschilderde hij zo wel meer dan 15 keer. Dat consequente reduceren van de voorstelling bracht hem tot bijna abstracte landschappen en schilderijen met abstracte vlakken, wazige lijnen, cirkels en vierkanten.

Stichting

In 2005, kort voor zijn dood, is een stichting in het leven geroepen om zijn werk te 'traceren, inventariseren, verzamelen, conserveren en toegankelijk [te] maken door middel van tentoonstellingen, publicaties en reproducties'.[1]

Tentoonstellingen
  • 2004-2005 Museum Belvédère, Heerenveen
  • 2013 Museum Belvédère, Heerenveen

Gerrit Offringa

In de spotlights :  Gerrit Offringa

Gerrit Offringa (Geboren in Drachten, 12-12-1943) is beeldend kunstenaar.
Hij volgde zijn opleiding (1962-1966) aan de Academie voor Beeldende Kunst ‘Minerva’ te Groningen. Zijn werk omvat schilderijen, tekeningen, driedimensionaal werk, fotografie, grafiek en miniaturen.

Gerrit Offringa woont en werkt in Nes, achter de dijk bij de Waddenzee. Hier hebben de elementen vrij spel en maakt hij zijn beelden. Beelden die zich niet zo gemakkelijk laten indelen in stijl of type, maar wel heel verrassend en direct zijn. Met simpele middelen geeft Offringa het menselijk lichaam weer. Leidend motief in zijn werk is de spagaat tussen geest en materie. Een permanente balans tussen figuratief en abstract, tussen ideaal en werkelijkheid, tussen droom en realiteit.

Zeven werken van Gerrit Offringa zijn permanent tentoongesteld in Beeldengalerij Het Depot te Wageningen.

Bronvermelding: website gerrit offringa

Jelle Schotanus

In de spotlights :  Jelle Schotanus

Jelle Schotanus (Geboren in Luinjeberd, 14-12-1956)

 

Bronvermelding: website jelle schotanus; gptv

Jan Snijder

In de spotlights :  Jan Snijder

Jan Snijder ((Surhuisterveen(FriesSurhústerfean), 1960)) is een Nederlands kunstschilder.

Een jaar na de openingstentoonstelling in Museum Belvédère van de pas overleden schilder Willem van Althuis uit Heerenveen opent de schrijver Bernlef de tentoonstelling van Jan Snijder (1960) uit Drachten. Regelmatig exposeerde Jan Snijder zijn schilderijen in het Tripgemaal te Gersloot en nu maakt hij deel uit van de collectie van Museum Belvédère, samen met werk van andere Friese landschapsschilders als Willem van Althuis, Gerrit Benner, Jan Mankes, Christiaan Kuitwaard en Robert Zandvliet.

Verbazing is eigenlijk het woord dat bij de landschappen van Jan Snijder past. Verbazing die voor hem al begint als hij zijn atelier verlaat, bij het slootje achter zijn huis, tijdens zijn wandelingen naar de Smelle Ie, de Veenhoop, de polders of het wad op Vlieland. Alhoewel in zijn werk de topografie onbelangrijk is, noemt hij zijn schilderijen altijd naar de plaats waar ze zijn ontstaan. Voor hem worden het herinneringen aan plaats en tijd, aan weer en wind en aan zijn stemmingen. Ze geven een volstrekt subjectief beeld van zijn geliefde plekken. Plekken die hij steeds weer opzoekt. Het grote gebaar zult u in het werk van Jan Snijder niet vinden. Het gaat over rust en beweging en over het licht. Het licht bij dag of het licht bij nacht. Zijn innerlijke belevingswereld is voor de weergave daarvan bepalend en daarom ook maakt hij deel uit van onze collectie.

Thorn Mercuur
directeur Museum Belvédère

Lees meer op de site van Jan Snijder

Christiaan Kuitwaard

In de spotlights :  Christiaan Kuitwaard

Christiaan Kuitwaard is geboren in Sneek(1965) Wonen en werken doet hij nu in Oldeberkoop.

Christiaan Kuitwaard is in zijn jonge jaren vier jaar lang beroepsmilitair de bij  Koninklijke Marine geweest. Maar uiteindelijk lag daar niet zijn passie. Hij wilde naar de kunstacademie.

In de jaren 1985 en 1986 volgde hij lessen aan de Academie Minerva te Groningen. Hij heeft zijn studie daarna voort aan de Hogeschool van de Kunsten in Kampen. Hier is hij in 1991 afgestudeerd.

Christiaan Kuitwaard vertelt in tekeningen en schilderijen over zijn liefde voor de gewone dingen om ons heen. Kopje, stoel, overstag, schaduw, zee. En vooral de stilte die krijst.

Christiaan Kuitwaard expositie – licht en stilte, Museum Belvédère, Heerenveen (solo)
Artikel in de volkskrant

Zijn werk zit in veel collecties:

  • Fries Museum Leeuwarden
  • Museum Belvédère Heerenveen
  • AFI collectie Leeuwarden
  • Stichting FB Oranjewoud
  • Collectie van Hulten
  • VUMC ziekenhuis Amsterdam
  • Ottema Kingma Stichting
  • Drents Museum Assen
  • Stedelijk Museum Kampen
  • Collectie Manders
  • Collectie Tresoar
  • Collectie Isala

Bronvermelding: omrop fryslan, christiaan kuitwaard


Bronvermelding:

wikipedia ; "Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk-delen 3.0
Rijksmuseum
Friesmuseum
Museum Dr8888
rkd.nl
websites van kunstenaars.

Als de Friese schilderskunst Uw belangstelling heeft dan kunnen we U het boek De Friese schilderskunst in de Gouden Eeuw van harte aanbevelen.

www.waanders.nl

In dit rijk geïllustreerde boek wordt een geheel nieuw beeld geschetst van de schilderkunst in Friesland in de Gouden Eeuw. Het bevat bovendien een lexicon met de biografieën van ongeveer 150 schilders die tussen 1590 en 1700 in Friesland werkzaam waren. Het boek is al met al een absolute must voort iedereen die houdt van schilderkunst of Friesland.

Deel