Een kunstzinnige kennismaking met het werk van Piets Althuis

Een kunstzinnige kennismaking met het werk van

Piets Althuis

Workumer krant Friso

Dinsdag 12 april 2022

Hoe begin je een interview met de vrouw waarmee je al sinds 1964 bent getrouwd. Natuurlijk had ik al een paar keer gezegd dat dit gesprek er aan zat te komen. ‘Hoeft niet’, zei Piets, ‘zoek maar een ander’. ‘Nee’, was steeds mijn reactie, ‘je hebt een bord naast onze deur op Noard 18. Je laat daarmee zien dat je bronzen beelden maakt, daarom hoor je in deze serie Frisoverhalen.’ Uiteindelijk kon ik haar overhalen en kon het gesprek beginnen.

Als eerste stelde ik de vraag die ik tot nu toe steeds heb gebruikt: ‘Wat is het beeld dat je centraal wilt stellen?’ Het antwoord van Piets kwam zonder aarzelen: ‘Dat is de Icarus, want als het gaat over de achtergrond van waaruit ik beelden maak, dan zit daar eigenlijk alles in.’
‘Ja, ik begrijp dat je dit zegt, maar een andere keus was ook mogelijk geweest. Het beeld ‘Vrouw in de wind’ zou ook een goede keus zijn geweest. De vrouw met die fiere houding die in alle rust de wind om zich heen voelt en daarvan geniet. Dat thema heb je ook op allerlei manieren gevarieerd. Maar je kiest voor de Icarus, ik denk dat ik dan even een kleine samenvatting geef van dit verhaal uit de Griekse mythologie:
Vader Daedalos en zijn zoon Icarus zaten gevangen op Kreta. Om uit die situatie te ontsnappen bedacht Daedalos een plan. Hij maakte vleugels met was en veren voor zichzelf en voor zijn zoon. Zo stonden ze op een berg, maar voordat ze zouden gaan vliegen zei hij tegen zijn zoon: “Twee dingen moet je niet doet, vlieg niet te laag want dan loop je het risico dat het water in je veren trekt, door het gewicht val je in het water. Je moet ook niet te hoog gaan vliegen, je komt dan te dicht bij de zon en dan kan de was smelten.” Icarus wachtte beleefd tot zijn vader uitgesproken was, maar eenmaal los van de grond ging hij zijn eigen gang. De wijde lucht daagde hem uit en hij ging hoger en hoger. Helaas, de was van zijn vleugels smolt en dat maakte dat hij naar beneden duikelde.’
‘Dit verhaal gaat over ouders en hun kinderen’, zo begon Piets haar verklaring, ‘als ouders geef goed bedoelde adviezen zoals “blijf in het midden, wees niet te bescheiden en ook niet te overmoedig.” Maar als je jong bent – en niet alleen dan – wil je vrij zijn. Je voelt de uitdaging van de wijde lucht. Die uitdaging wint het van het risico. Helaas ontkom je in je leven niet aan nederlagen.’
‘Nu je dit zo zegt schiet me je antwoord te binnen dat je gaf toen iemand je vroeg welke woorden bij je inspiratie horen. Je zei: Drie woorden liefde, licht en lucht.’
‘Ja zo is het, als ik terugkijk naar de beelden die ik in de voorbije veertig jaar heb gemaakt, vind ik steeds deze drie begrippen terug. Iemand schreef eens over mijn beelden: ‘Ook al kun je ze niet optillen, toch zijn ze niet zwaar’.
‘Ik weet het nog, je voelde dit als een groot compliment. Ik heb ook nog een andere vraag: Hoe kom je eigenlijk steeds weer bij een nieuw thema?’ ‘Dat gebeurt gewoon’ is het antwoord van Piets: ‘Een thema overkomt me vaak. Doodgewone verhaaltjes, reizen, gedichten, religieuze thema’s, tekstflarden kunnen een aanleiding zijn en er zijn natuurlijk ook opdrachten.’

‘Je doet dit werk nu al heel lang, zou je iets willen vertellen over je begin?’ Ik bedoelde met die vraag het begin van het beelden maken, maar Piets begint over haar vroegste jeugd.
‘We woonden op Noard 61, mijn vader was huisschilder en stimuleerde het heel erg als ik wilde tekenen of schilderen. Als klein meisje mocht ik zelfs met waterverf schilderen op de deur van de kamer. Ik weet ook nog dat even verder bij ons op het Noard een ‘beeldjeswinkel’ was. Daar kon je heiligenbeeldjes kopen die ik bij roomse vriendinnetjes thuis had zien staan. Voor mijn gevoel stond ik heel vaak voor die etalage en met ons oppasbuurmeisje ging ik vaak naar de RK kerk. Op de begraafplaats maakte ik de engeltjes op de kindergraven schoon. Misschien is daar wel de liefde voor beelden ontstaan.
Later, toen ik na de Ulo een opleiding moest zoeken, koos ik voor de Kweekschool (nu Pabo). Niet omdat ik juf wilde worden maar omdat daar tekenen werd gegeven en handvaardigheid.
Met veel plezier heb ik jarenlang voor de klas gestaan. Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan, met als gevolg dat ik op een gegeven moment een opleiding tekenen ging volgen. Op mijn veertigste ben ik naar de Vrije Academie gegaan voor de opleiding beeldend kunstenaar. En dat ben ik nu nog. Als meisje voor de etalage van die beeldjeswinkel heb ik nooit durven dromen dat ik zelf bronzen beelden zou gaan maken.

Zo te horen mag dat bord naast de voordeur daar nog wel een poosje blijven.

Maak ook kennis met de andere kunstenaars:

Deel